Tag Archives: rivierengebied

Land met identiteit

Herkomst van veldnamen in de Ooijpolder

Veldnamen zijn namen die vroeger aan percelen of gebieden werden gegeven vanwege de ligging, de bodem, het landgebruik of de ontginningsgeschiedenis. In de Ooijpolder zijn veel van deze namen weer tot leven gebracht door vereniging ‘De Ploegdriever’.  Ze zijn te zien op bordjes in het veld en ook op de kaart hieronder.

De Ooijpolder ligt in het dynamische rivierengebied van de Gelderse Poort. Dit gebied is grotendeels vormgegeven door de invloed van de rivieren. Dijkdoorbraken, overstromingen en erosie of afzet van zand, grind of klei: het heeft allemaal invloed gehad op het huidige landschap zoals u het nu kunt aantreffen. Veel van deze invloeden en de kenmerkende eigenschappen van de gronden zijn nog terug te vinden in oude veldnamen.

Ziekenhuizen en instellingen waren vroeger grote eigenaren van de gronden in de Ooijpolder. Zij verpachtten de gronden vervolgens weer aan de boeren. Ieder jaar konden boeren inschrijven op

percelen die zij wilden pachten. In die tijd waren de veldnamen erg belangrijk en kende iedere boer de namen van de percelen die hij wilde hebben.

Kaar van de Ooijpolder met de verschillende veldnamen

Kaar van de Ooijpolder met de verschillende veldnamen

Enkele typerende voorbeelden van  veldnamen met een korte verklaring
Sommige veldnamen klinken raar in de oren. Bijvoorbeeld de naam ‘elf hond van het gasthuis‘, lijkt moeilijk te verklaren, maar hond is een oude oppervlaktemaat (circa 1.400 m²). Het gaat om een perceel dat eigendom was van het gasthuis, een instelling in Nijmegen waar zieken en gewonden werden verzorgd.

Bordje: elfde hond van het gasthuis

Bordje: Elf Hond van het Gasthuis

‘Onschamele kamp’ betekent zoiets als onbetamelijk land. Het perceel heeft vroeger ook Kontencamp geheten. De relatie met het landschap zou kunnen zijn dat de zware kleigrond moeilijk te bewerken was. Een veldnaam als Kolk verwijst naar oude dijkdoorbraken. Doordat de dijken toen destijds nog niet overal even hoog en sterk waren kwam het regelmatig voor dat er dijken doorbraken. Hierbij ontstonden  een  diepe waterplassen. Een ande

re naam die met dijkdoorbraken te maken heeft is ‘Kostverloren’. Op deze plek lag vroeger een moeras en twee kolken. De eigenaar kon deze grond niet meer gebruiken. De grond waarop hij de kost moest verdienen was hij verloren door het woeste water dat door de dijk heen brak.Naambordje in het veld.

‘Fluwelen kamp’ is juist een positieve benaming voor een zeer geschikte landbouwgrond. Tot in de 19e eeuw werd bij hoog water in de winter via sluizen voedselrijk rivierwater binnen de dijken gelaten. In het voorjaar wanneer het water zakte bleef vruchtbaar slib achter op het land. De voedselrijke weilanden van de Ooijpolder waren zo bekend dat in het voorjaar vanuit Denemarken grote kuddes koeien werden aangevoerd om hier zich te goed te doen aan de voedselrijke weiden (Van Eck, 2005).
Op het perceel ‘Oud Kasteel’ heeft werkelijk een kasteel gestaan en dit is ook nog te zien aan de bult in het landschap. Het Huis te Persingen werd op deze plek zwaar beschadigd in de 80-jarige oorlog.
Sommige  andere namen verwijzen naar de families waarvan de percelen eigendom waren, zoals het Leeuwsveldje, Jonkmanshof, Scherpenhuizen en Heukelomskamp. 

Voor  geïnteresseerden die graag meer namen van het landschap willen leren kennen is een bezoek aan het gebied zeker de moeite waard.

Bronnen:Veldnamen kaart ´Circul de van Ooij´ gemaakt door de landschapsbeheer vereniging De Ploegdriever. Deze kaart is gebaseerd op de oude ´Kaart van de polder Ooij´uit 1889.        Eck, Jan van (2005), Historisch atlas van Ooijpolder & Duffelt. Een rivierengebied in woord en beeld. SUN, Amsterdam

Door Niek Meister, Student van Hall Larenstein

Advertisements

Romeinen in Kekerdom

De Rijn vormde de grens van het Romeinse rijk. Deze grens noemde de Romeinen de Limes, een lint van kampen, legioenbasissen en verdedigingstorens.  Een bouwwerk dat hier ook deel van uitmaakte was de versterking die de Romeinen hadden gebouwd in Kekerdom. De gemiddelde afstand tussen de legioenbasissen, ook wel de Castella genoemd, bedroeg 6,5 kilometer. Nijmegen was de eerst volgende legioenbasis die stroomafwaarts lag. Deze afstand was zodanig dat men naar de andere wachttoren lichtsignalen kon afgeven. De Limes ontstond toen de Romeinen definitief afzagen van de verovering van Germania. Het noorden van de Rijn was het gebied van de Germaanse volkeren, zoals de Friezen. Onder de Rijn waren het de Romeinen die het voor het zeggen hadden. De oorspronkelijke bewoners van dit gebied, de Bataven en de Galliërs bijvoorbeeld, moesten leven met de regels van de overheersers.

De Limes in Nederland.

De Limes in Nederland

Rivieren waren, en zijn nu nog steeds, duidelijke grenzen in het landschap. Het was dan ook makkelijk om deze grenzen te verdedigen. Daarnaast zorgde de rivier voor een makkelijke goederenaanvoer voor de bewoonde gebieden tussen het Duitse Rijngebied en Brittannië. Hoewel de Limes langs de Rijn ligt, waren er ook verschillende verdedigingswerken in het binnenland.

In de jaren 19 – 16 voor Christus begonnen de Romeinen met de aanleg van een militaire uitvalsbasis op de Hunnerberg bij Nijmegen. De heuvelrug was de laatste hoge en droge plaats voordat het rivierengebied begon. Daarnaast was deze plek goed te verdedigen doordat het omliggende landschap erg laag lag. Later ontstond er een dorpje in de buurt van de legerplaats. Deze groeide later uit tot de grootste stad vanuit die tijd; Batavodurum of te wel Nijmegen.  Door de grote aanwezigheid van veel Bataven die hier leefden kreeg de stad deze naam. Nadat er een Bataafse opstand was geweest werd er een nieuwe stad gebouwd met een nieuwe naam: Ulpia Noviomagus.

Een afbeelding van hoe de Romeinse stad Ulpia Noviomagus er uit zou hebben gezien.

Een afbeelding van hoe de Romeinse stad Ulpia Noviomagus er uit zou hebben gezien.

Deze, voor die tijd, grote stad trok veel mensen aan. Handelaren en ambachtslieden, soldaten en vele anderen wisten de weg naar Nijmegen te vinden. In de omliggende gebieden waren verschillende kleine gehuchten van enkele boerderijen, veel groter waren de dorpen toen nog niet. De vestiging van Kekerdom zorgde voor de controle van de waterweg, de grens en de stad die verder op lag, en had enkele boerderijen tot zijn beschikking. Hier werd onder andere voedsel geproduceerd voor de soldaten die hier gestationeerd waren. De vestiging werd geplaatst op de oeverwal langs de rivier. Dit hoger gelegen gedeelte was een strategische plek die niet snel  overstroomde als de rivier buiten zijn oevers trad. Met hoog water was de gehele vesting omringd door water in dit moerassige gedeelte, met uitzicht over het water, het moeras en in de verte de bedrijvige stad op de heuvelrug.

Afbeeldingsbronnen:

http://www.geschiedenisdc.nl/klas1/4.%20De%20Romeinen/afbeeldingen%20romeinen/4-oefentoets.htm

http://www.gelderlander.nl/regio/nijmegen/zo-zag-romeins-nijmegen-west-er-rond-160-a-d-uit-1.3636892

Recreatieplas de Zeelt

Vanaf de 19e eeuw werd een groot aantal bochten in de Waal recht getrokken. Er werden kribben aangelegd, waardoor het water diepere vaargeulen uit sleet en zandplaten werden uit de rivier weggebaggerd. Dit alles om de vaarroutes op de rivier te verbeteren. Op veel plekken werd klei afgegraven voor steenfabrieken die tussen 1850 en 1940 in de uiterwaarden ontstonden. Later werd er zelfs zand en grind gewonnen, waardoor grote plassen achter bleven. Een zo’n plas is recreatieplas de Zeelt. Een diepe plas waarin vroeger werd gevist en zelfs werd gezwommen.

 

Voordat de grondwinning deze plas creëerde was deze plek een landbouw gebied. Net zoals het omliggende landschap omzoomd met hagen en knotessen en wilgen.  Nu is de plas omzoomd met wilgen en andere bosschages. Hierdoor valt het open water niet op en breekt het bos het open landschap.

 

Afbeelding van de waterplas de Zeelt en het omliggende gebied.

De waterplas de Zeelt en het omliggende gebied

De oevers zijn gevaarlijk geworden, omdat ze afkalven. Daardoor is zwemmen en vissen vanaf 2008 verboden. De eigenaar van het terrein, de vastgoedtak van De Beijer, wil een einde maken aan de onveilige situatie. Samen met de gemeente Ubbergen en Waterschap Rivierenland is een plan uitgewerkt waarbij een nieuw, veilig steuntalud wordt aangelegd. Dit talud moet er voor zorgen dat de kanten niet meer afkalven en gevaarlijk zijn. Deze werkzaamheden worden over drie jaar verdeeld. Met deze werkzaamheden zijn ze in 2011 begonnen. Voordat er met deze werkzaamheden werd begonnen is er vele jaren achtereen illegaal grond en puin gestort op de oever van De Zeelt.

 

De Zeelt achter het projectgebied.

De Zeelt achter het kale projectgebied.

Tussen de Zeelt en de Duffeltdijk willen we nieuwe heggen en knotessen plaatsen. Hierdoor wordt de Zeelt gekoppeld met de Millingerwaard dat zich aan de andere kant van de dijk bevindt. Hierdoor wordt de Zeelt een onderdeel van het landschap en kan de natuur zich verder verspreiden.

 

Historisch landgebruik

Kekerdom wordt al vele duizenden jaren bewoond. In die tijd is het landschap erg veranderd. Van een woeste wildernis, naar een idyllische omgeving, tot aan het landschap wat er nu van over is. Het landgebruik is door de jaren heen ook veranderd. In dit blog beschrijf ik in het kort de veranderingen die het landschap heeft ondervonden vanaf de tijd dat de romeinen hier aanwezig waren tot aan nu.

Het grote open water van de rivier was een natuurlijke grens. Mens, maar ook dier konden deze barrière maar moeilijk overbruggen. Het water van de Rijn vormde voor de Romeinen de noordgrens van hun immens grote rijk. Nadat het Romeins rijk instortte nam de bevolking rondom de rivieren sterk af. In de daarop volgende eeuwen ontstonden opnieuw nederzettingen op de hogere delen van het landschap.

Naast de rivier liggen oeverwallen. Deze zijn hoger dan het omliggende landschap die we de kommen noemen. Deze komgronden bestaan uit zware klei. De lichte kleideeltjes, die gemakkelijk door de rivier konden worden verplaatst, liggen verder weg van de rivier dan het veel zwaardere zand en grind dat zich in de oeverwal bevind. In deze lage komgronden bevonden zich verschillende donken. Dit waren hogere delen van het landschap die uitstaken boven het moeras. Net als op de oeverwallen en de oude stroomruggen ontstonden er op de randen van de donken de eerste nederzettingen.

Graan zoals rogge werd verbouwd op de kleine akkertjes

Graan zoals rogge werd verbouwd op de kleine akkertjes

Op de hogere vruchtbare delen ontstonden de eerste akkercomplexen. De komgronden waren nog niet ontgonnen en bestonden vooral uit een wildernis van moerasbos dat uit onder andere wilgen en elzen bestond. In de winter liepen deze komgronden nog altijd onder water waardoor de hoger gelegen delen als eilandjes boven het water uitstaken. Pas nadat er kaden en dijkjes werden aangelegd, werden de komgronden ontgonnen en werd de rivier steeds verder ingekaderd. De rivier heeft lang strijd geleverd. Tot na de tweede wereldoorlog liepen de kommen nog regelmatig onder water.

oud wilgen moerasbos in de Millingerwaard

oud wilgen moerasbos in de Millingerwaard

Op deze komgronden kon het vee geweid worden en het gras worden gehooid. Ook was hier ruimte voor het geriefhout zoals wilgen en knotessen.  In de komgronden was de verkaveling verdeeld in smalle rechte percelen, terwijl deze op de oeverwallen vooral blokvormig was. De begrenzing van deze percelen werden omringd door (struweel)hagen met allerlei bruikbare planten.

Tot aan de 20ste eeuw werd er nog akkerbouw bedreven op de hogere delen in het stroomgebied. Daarna werden steeds meer akkers door boomgaarden vervangen. Tussen 1960 en 1970 verdwenen veel boomgaarden die in ruil voor subsidie werden omgezet naar grasland.

Oude boomgaard met verschillende soorten fruit

Oude boomgaard met verschillende soorten fruit

Andere gewassen en andere technieken hebben er voor gezorgd dat de weilanden en akkers tegenwoordig langs elkaar liggen, in de komgronden of op de hogere delen. De duidelijke grenzen van hoog en laag zijn verdwenen door onder andere ruilverkavelingen en ontwatering.

Door: Roel Diepstraten

Gebruikte bronnen: Natuur in Nederland; Frank Berendse, ISBN 9789050113762