Tag Archives: historie

Romeinen in Kekerdom

De Rijn vormde de grens van het Romeinse rijk. Deze grens noemde de Romeinen de Limes, een lint van kampen, legioenbasissen en verdedigingstorens.  Een bouwwerk dat hier ook deel van uitmaakte was de versterking die de Romeinen hadden gebouwd in Kekerdom. De gemiddelde afstand tussen de legioenbasissen, ook wel de Castella genoemd, bedroeg 6,5 kilometer. Nijmegen was de eerst volgende legioenbasis die stroomafwaarts lag. Deze afstand was zodanig dat men naar de andere wachttoren lichtsignalen kon afgeven. De Limes ontstond toen de Romeinen definitief afzagen van de verovering van Germania. Het noorden van de Rijn was het gebied van de Germaanse volkeren, zoals de Friezen. Onder de Rijn waren het de Romeinen die het voor het zeggen hadden. De oorspronkelijke bewoners van dit gebied, de Bataven en de Galliërs bijvoorbeeld, moesten leven met de regels van de overheersers.

De Limes in Nederland.

De Limes in Nederland

Rivieren waren, en zijn nu nog steeds, duidelijke grenzen in het landschap. Het was dan ook makkelijk om deze grenzen te verdedigen. Daarnaast zorgde de rivier voor een makkelijke goederenaanvoer voor de bewoonde gebieden tussen het Duitse Rijngebied en Brittannië. Hoewel de Limes langs de Rijn ligt, waren er ook verschillende verdedigingswerken in het binnenland.

In de jaren 19 – 16 voor Christus begonnen de Romeinen met de aanleg van een militaire uitvalsbasis op de Hunnerberg bij Nijmegen. De heuvelrug was de laatste hoge en droge plaats voordat het rivierengebied begon. Daarnaast was deze plek goed te verdedigen doordat het omliggende landschap erg laag lag. Later ontstond er een dorpje in de buurt van de legerplaats. Deze groeide later uit tot de grootste stad vanuit die tijd; Batavodurum of te wel Nijmegen.  Door de grote aanwezigheid van veel Bataven die hier leefden kreeg de stad deze naam. Nadat er een Bataafse opstand was geweest werd er een nieuwe stad gebouwd met een nieuwe naam: Ulpia Noviomagus.

Een afbeelding van hoe de Romeinse stad Ulpia Noviomagus er uit zou hebben gezien.

Een afbeelding van hoe de Romeinse stad Ulpia Noviomagus er uit zou hebben gezien.

Deze, voor die tijd, grote stad trok veel mensen aan. Handelaren en ambachtslieden, soldaten en vele anderen wisten de weg naar Nijmegen te vinden. In de omliggende gebieden waren verschillende kleine gehuchten van enkele boerderijen, veel groter waren de dorpen toen nog niet. De vestiging van Kekerdom zorgde voor de controle van de waterweg, de grens en de stad die verder op lag, en had enkele boerderijen tot zijn beschikking. Hier werd onder andere voedsel geproduceerd voor de soldaten die hier gestationeerd waren. De vestiging werd geplaatst op de oeverwal langs de rivier. Dit hoger gelegen gedeelte was een strategische plek die niet snel  overstroomde als de rivier buiten zijn oevers trad. Met hoog water was de gehele vesting omringd door water in dit moerassige gedeelte, met uitzicht over het water, het moeras en in de verte de bedrijvige stad op de heuvelrug.

Afbeeldingsbronnen:

http://www.geschiedenisdc.nl/klas1/4.%20De%20Romeinen/afbeeldingen%20romeinen/4-oefentoets.htm

http://www.gelderlander.nl/regio/nijmegen/zo-zag-romeins-nijmegen-west-er-rond-160-a-d-uit-1.3636892

Historisch landgebruik

Kekerdom wordt al vele duizenden jaren bewoond. In die tijd is het landschap erg veranderd. Van een woeste wildernis, naar een idyllische omgeving, tot aan het landschap wat er nu van over is. Het landgebruik is door de jaren heen ook veranderd. In dit blog beschrijf ik in het kort de veranderingen die het landschap heeft ondervonden vanaf de tijd dat de romeinen hier aanwezig waren tot aan nu.

Het grote open water van de rivier was een natuurlijke grens. Mens, maar ook dier konden deze barrière maar moeilijk overbruggen. Het water van de Rijn vormde voor de Romeinen de noordgrens van hun immens grote rijk. Nadat het Romeins rijk instortte nam de bevolking rondom de rivieren sterk af. In de daarop volgende eeuwen ontstonden opnieuw nederzettingen op de hogere delen van het landschap.

Naast de rivier liggen oeverwallen. Deze zijn hoger dan het omliggende landschap die we de kommen noemen. Deze komgronden bestaan uit zware klei. De lichte kleideeltjes, die gemakkelijk door de rivier konden worden verplaatst, liggen verder weg van de rivier dan het veel zwaardere zand en grind dat zich in de oeverwal bevind. In deze lage komgronden bevonden zich verschillende donken. Dit waren hogere delen van het landschap die uitstaken boven het moeras. Net als op de oeverwallen en de oude stroomruggen ontstonden er op de randen van de donken de eerste nederzettingen.

Graan zoals rogge werd verbouwd op de kleine akkertjes

Graan zoals rogge werd verbouwd op de kleine akkertjes

Op de hogere vruchtbare delen ontstonden de eerste akkercomplexen. De komgronden waren nog niet ontgonnen en bestonden vooral uit een wildernis van moerasbos dat uit onder andere wilgen en elzen bestond. In de winter liepen deze komgronden nog altijd onder water waardoor de hoger gelegen delen als eilandjes boven het water uitstaken. Pas nadat er kaden en dijkjes werden aangelegd, werden de komgronden ontgonnen en werd de rivier steeds verder ingekaderd. De rivier heeft lang strijd geleverd. Tot na de tweede wereldoorlog liepen de kommen nog regelmatig onder water.

oud wilgen moerasbos in de Millingerwaard

oud wilgen moerasbos in de Millingerwaard

Op deze komgronden kon het vee geweid worden en het gras worden gehooid. Ook was hier ruimte voor het geriefhout zoals wilgen en knotessen.  In de komgronden was de verkaveling verdeeld in smalle rechte percelen, terwijl deze op de oeverwallen vooral blokvormig was. De begrenzing van deze percelen werden omringd door (struweel)hagen met allerlei bruikbare planten.

Tot aan de 20ste eeuw werd er nog akkerbouw bedreven op de hogere delen in het stroomgebied. Daarna werden steeds meer akkers door boomgaarden vervangen. Tussen 1960 en 1970 verdwenen veel boomgaarden die in ruil voor subsidie werden omgezet naar grasland.

Oude boomgaard met verschillende soorten fruit

Oude boomgaard met verschillende soorten fruit

Andere gewassen en andere technieken hebben er voor gezorgd dat de weilanden en akkers tegenwoordig langs elkaar liggen, in de komgronden of op de hogere delen. De duidelijke grenzen van hoog en laag zijn verdwenen door onder andere ruilverkavelingen en ontwatering.

Door: Roel Diepstraten

Gebruikte bronnen: Natuur in Nederland; Frank Berendse, ISBN 9789050113762

De kenmerkende knotessen van Kekerdom

Op een hoger gelegen gedeelte in het land, tussen de rivieren en haar zijarmen, ploetert een boer om zijn land te bewerken. Schep na schep wordt de aarde omgespit om het veld zaai klaar te maken, waarna er een mooi graanveld kan ontstaan. Kromgebogen over zijn schop kijkt de boer op. Hij hoort de klokken luiden van het kleine kerkje dat uitsteekt boven de hagen. Aan de andere kant van het veld staan knotbomen. Deels zijn de knotbomen ontdaan van hun twijgen. De boer weet dat hij de bomen die nog wel hun takken dragen dit jaar nog moet knotten. De grote twijgen worden bijna te groot om nog te gebruiken! De boer wil weer verder gaan met het werk op het veld. Maar zodra hij een aanzet doet, en de schop in de grond steekt, breekt de steel! Het langdurige werken in de zware klei werd te veel voor het gereedschap. Gelukkig heeft hij het hout dat hij van de knotbomen heeft gehaald nog bewaard. Dit hout gebruikt hij om stelen van te maken. De steel van zijn schop wordt vervangen met het hout langs zijn graanveld.

Een zomerse knotes

Een zomerse knotes in Ede

Het hout wat wordt gebruikt is van de es, sterk maar ook veerkrachtig. Dit is ideaal om te gebruiken voor stelen en andere werktuigen. Daarnaast groeit deze boomsoort erg goed in de rivierklei. Een houtsoort dat van nature in hardhout-ooibossen voorkomt. In dit landschap waar de boer werkt en leeft, hebben zijn voorvaderen deze bomen aangeplant. Generaties hebben zij de twijgen en takken van de knotten gehaald om hier stelen van te maken. In die tijd is de kno

t van de boom ontstaan. De knotten zitten hoog op de stam. Dit zorgt er voor dat dieren zoals het vee niet bij de zachte twijgen en de lekkere bladeren kunnen komen.  Knotessen horen in dit landschap thuis. Vrijwel elke loofhoutsoort in Nederland kan gebruikt worden om te knotten. Rondom Kekerdom en langs andere delen van de Rijn werden vooral essen en wilgen geknot. De es is relatief hardhout dat ook nog eens goed op deze grond kan groeien, wat wil je nog meer! Ideaal voor het gebruik van allerlei doeleinden.

Een rij knotessen met lange scheuten

Een rij knotessen met lange scheuten in Bronckhorst

Een steel van een schop en manden bijvoorbeeld kunnen gemaakt worden van het zachte maar tevens ook stevige hout van de es. Dat is de reden dat er zo veel in het landschap stonden. Helaas zijn er veel verdwenen. 143 knotessen willen we aanplanten in het plan om Kekerdom zijn oude aanzien terug te gegeven.  Knotessen zijn niet alleen goed voor het landschap. Ook zal het dieren aantrekken die er van leven. Steenuiltjes vinden er nestgelegenheid, net zoals wilde eenden doen. Of planten en zelfs speciale korstmossen die alleen op de es voorkomen kunnen er overleven.  En dat is nog maar het begin. Het landschap wordt verrijkt voor mens, natuur en cultuur.

Gesnoeide knotessen

Gesnoeide knotessen in Bronckhorst

Door: Roel Diepstraten