Category Archives: Herstel Kekerdoms landschap

De Vereniging Nederlands Cultuurlandschap wil graag het oeroude landschap in Kekerdom weer herstellen, door het aanplanten van hagen en knotbomen. Volg hier de gebeurtenissen rondom dit project, de achtergronden en andere wetenswaardigheden.

Steenuilen in de Ooijpolder

Kleine vliegende jager Het kleinste uiltje van Nederland is een welgeziene bewoner van het cultuurlandschap. Als holenbroeder gebruikt hij graag natuurlijke holtes voor het nest en als slaapplaats. Oude knotbomen leveren ideale nestgelegenheid op door de aanwezigheid van spleten, scheuren en gaten. In oude cultuurlandschapen zijn deze bomen veelvuldig aanwezig. Door het verdwijnen van deze bomen, verdwijnen ook de nestgelegenheden van deze soort. Gelukkig is de soort niet kieskeurig en vindt hij op de meest rare plaatsen een vervangende plek. Onder golfplaten en dakpannen van gebouwen bijvoorbeeld, maar ook nestkasten worden veel gebruikt. Steenuilen leven vooral ’s nachts, maar ook kun je ze met vaak in de ochtend- en avonduren vrij makkelijk waarnemen. Ze hebben de grootte van een merel, maar door hun ronde postuur lijkt de steenuil iets groter. Als kleine ronde bolletjes turen ze van een hoge plaats de omgeving af. Op zoek naar eten of gewoon kijken naar wat er zoal in zijn omgeving gebeurt. Hij eet van alles, muizen, kevers, nachtvlinders, amfibieën, vleermuizen, en ook kleine prooien zoals bromvliegen en maden. Ook vogels die net zo groot zijn als hem zelf zoals spreeuwen worden gevangen.

Steenuil in de Ooijpolder Om de soort te stimuleren heeft de VNC afgelopen jaar in samenwerking met STONE (steenuilenoverleg Nederland) verschillende nestkasten geplaatst bij verschillende eigenaren in de Ooijpolder. Deze kasten zijn speciaal ontworpen voor de steenuil. Ze kunnen er een veilig onderkomen in vinden. Het is nu wachten tot de eerste steenuil gebruik gaat maken van deze mooie voorzieningen. Doordat het landschap in de Ooijpolder is verrijkt met landschapselementen, kunnen de jongen, die straks uitvliegen uit de nestkasten, een mooie plek vinden om te leven.

Plaatsen steenuilenkast. Foto: Pauline van Marle

Plaatsen steenuilenkast. Foto: Pauline van Marle

Nieuwe natuurlijke broedplekken Hoewel de steenuilenkasten een goede vervanging zijn voor de natuurlijke holtes, blijven natuurlijke holtes erg belangrijk. Helaas zijn de mogelijkheden om in een natuurlijke broedholte te kunnen broeden weinig aanwezig. Aanstaande vrijdag 21 maart zal de VNC tijdens NLdoet, de grootste vrijwilligersactiviteit van Nederland, nieuwe knotessen planten aan de Duffeltdijk tussen Leuth en Kekerdom. Het zal misschien een hele tijd duren, maar wanneer deze knotessen zijn uitgegroeid tot knoestige reuzen zullen zij zeker nestgelegenheid bieden voor deze mooie uilensoort. Wilt u komende vrijdag deelnemen aan het planten van deze knotessen? Dat kan! Meldt u dan aan via NLdoet. www.nldoet.nl

Een rij oude knotessen Een mooie plek voor een steenuil om in te nestelen.

Een rij oude knotessen Een mooie plek voor een steenuil om in te nestelen.

Beleef de lente Je kunt zelf ook een kijkje nemen in het leven van de steenuil. Op de website van de vogelbescherming “beleef de lente” is een koppeltje steenuilen te volgen. Wat gebeurt er nu eigenlijk allemaal in en rond zo’n nestkast. Bekijk het zelf op volgende link: www.beleefdelente.nl/vogel/steenuil

Steenuil met een wezel als prooi. Foto: Andrë Eykenaar. (Bron STONE)

Steenuil met een wezel als prooi. Foto: Andrë Eykenaar. (Bron STONE)

 

Het ree en het cultuurlandschap

De dagen worden korter en langzaam wordt het kouder. Het wordt winter. Een periode waarin voedsel schaarser wordt en een moeilijke tijd aan breekt voor veel dieren. Bij het ree is dat net zo. De dieren gaan op zoek naar eten in de paar uurtjes waarin het licht is. Je zult ze dan ook veel vaker tegen komen!

Reeën komen in vele verschillende landschapstypen voor. Het liefst leven ze in parkachtige landschappen met lichtere gevarieerde opstanden met veel ondergroei en bosranden. Bij een te hoge dichtheid zien we reeën op plekken waar weinig tot geen bos aanwezig is zoals open kale weilanden. Het liefste gebruiken ze houtsingels en andere plaatsen waar ze dekking kunnen vinden om de dag in door te brengen.

Ree-hinde met kalf

Ree-hinde met kalf met op de achtergrond een gevlochten heg

Vrijwel overal kun je ze in Nederland tegen komen. Op enkele plekken zoals een paar Waddeneilanden en sommige polders vind je geen reeën. Verder vind je ze overal! Door struwelen, houtwallen en andere lintvormige bosschages aan te leggen kunnen reeën meer dekking vinden. Hierdoor wordt zijn leefgebied verbeterd. Ze hebben meer rust en kunnen voldoende dekking vinden. Ook krijgen ze een gevarieerder voedselaanbod.

Het ree is gebouwd om in dichtbegroeide bosschages en hoog gras te leven. Met zijn kleine lichaam kan hij zelfs onder zeer laag prikkeldraad door kruipen of springen ze er overheen met behulp van hun grote, goed ontwikkelde dijbeenspieren. Hier maken ze dankbaar gebruik van zodra ze gevaar horen of ruiken. Hun reukvermogen is beter ontwikkeld als dat van bijvoorbeeld een hond. Waarschijnlijk kunnen ze van 300 tot 400 meter afstand geuren waarnemen. Het gezichtsvermogen van een ree is maar matig ontwikkeld. Ze kunnen bijvoorbeeld niet zien of een persoon stil naar ze zit te kijken. Zodra je beweegt zal het ree dit des te sneller doorhebben. Wil je een ree goed waarnemen blijf dan rustig en stil op een plek zitten.

Ree in het open veld

Ree in het open veld

In de zomer leven reeën apart van elkaar. In de winter kunnen ze groepen vormen van soms wel 10 dieren. In de zomer hebben ze een territorium, dat vooral door de bokken actief wordt verdedigd. De territoria van de vrouwtjes overlappen regelmatig. De dieren blijven vrijwel hun hele leven op de zelfde plek.

In het cultuurlandschap kunnen veel reeën leven. Er is namelijk voldoende dekking en voedsel. Door de aanleg van heggen en andere landschapselementen wordt het leefgebied van het ree verbeterd. De kans op een plotselinge ontmoeting wordt daardoor vergroot. Een prachtig en lieflijk dier dat menig fietser en wandelaar tot stilstand brengt zodra hij zich laat zien.

Romeinen in Kekerdom

De Rijn vormde de grens van het Romeinse rijk. Deze grens noemde de Romeinen de Limes, een lint van kampen, legioenbasissen en verdedigingstorens.  Een bouwwerk dat hier ook deel van uitmaakte was de versterking die de Romeinen hadden gebouwd in Kekerdom. De gemiddelde afstand tussen de legioenbasissen, ook wel de Castella genoemd, bedroeg 6,5 kilometer. Nijmegen was de eerst volgende legioenbasis die stroomafwaarts lag. Deze afstand was zodanig dat men naar de andere wachttoren lichtsignalen kon afgeven. De Limes ontstond toen de Romeinen definitief afzagen van de verovering van Germania. Het noorden van de Rijn was het gebied van de Germaanse volkeren, zoals de Friezen. Onder de Rijn waren het de Romeinen die het voor het zeggen hadden. De oorspronkelijke bewoners van dit gebied, de Bataven en de Galliërs bijvoorbeeld, moesten leven met de regels van de overheersers.

De Limes in Nederland.

De Limes in Nederland

Rivieren waren, en zijn nu nog steeds, duidelijke grenzen in het landschap. Het was dan ook makkelijk om deze grenzen te verdedigen. Daarnaast zorgde de rivier voor een makkelijke goederenaanvoer voor de bewoonde gebieden tussen het Duitse Rijngebied en Brittannië. Hoewel de Limes langs de Rijn ligt, waren er ook verschillende verdedigingswerken in het binnenland.

In de jaren 19 – 16 voor Christus begonnen de Romeinen met de aanleg van een militaire uitvalsbasis op de Hunnerberg bij Nijmegen. De heuvelrug was de laatste hoge en droge plaats voordat het rivierengebied begon. Daarnaast was deze plek goed te verdedigen doordat het omliggende landschap erg laag lag. Later ontstond er een dorpje in de buurt van de legerplaats. Deze groeide later uit tot de grootste stad vanuit die tijd; Batavodurum of te wel Nijmegen.  Door de grote aanwezigheid van veel Bataven die hier leefden kreeg de stad deze naam. Nadat er een Bataafse opstand was geweest werd er een nieuwe stad gebouwd met een nieuwe naam: Ulpia Noviomagus.

Een afbeelding van hoe de Romeinse stad Ulpia Noviomagus er uit zou hebben gezien.

Een afbeelding van hoe de Romeinse stad Ulpia Noviomagus er uit zou hebben gezien.

Deze, voor die tijd, grote stad trok veel mensen aan. Handelaren en ambachtslieden, soldaten en vele anderen wisten de weg naar Nijmegen te vinden. In de omliggende gebieden waren verschillende kleine gehuchten van enkele boerderijen, veel groter waren de dorpen toen nog niet. De vestiging van Kekerdom zorgde voor de controle van de waterweg, de grens en de stad die verder op lag, en had enkele boerderijen tot zijn beschikking. Hier werd onder andere voedsel geproduceerd voor de soldaten die hier gestationeerd waren. De vestiging werd geplaatst op de oeverwal langs de rivier. Dit hoger gelegen gedeelte was een strategische plek die niet snel  overstroomde als de rivier buiten zijn oevers trad. Met hoog water was de gehele vesting omringd door water in dit moerassige gedeelte, met uitzicht over het water, het moeras en in de verte de bedrijvige stad op de heuvelrug.

Afbeeldingsbronnen:

http://www.geschiedenisdc.nl/klas1/4.%20De%20Romeinen/afbeeldingen%20romeinen/4-oefentoets.htm

http://www.gelderlander.nl/regio/nijmegen/zo-zag-romeins-nijmegen-west-er-rond-160-a-d-uit-1.3636892

Recreatieplas de Zeelt

Vanaf de 19e eeuw werd een groot aantal bochten in de Waal recht getrokken. Er werden kribben aangelegd, waardoor het water diepere vaargeulen uit sleet en zandplaten werden uit de rivier weggebaggerd. Dit alles om de vaarroutes op de rivier te verbeteren. Op veel plekken werd klei afgegraven voor steenfabrieken die tussen 1850 en 1940 in de uiterwaarden ontstonden. Later werd er zelfs zand en grind gewonnen, waardoor grote plassen achter bleven. Een zo’n plas is recreatieplas de Zeelt. Een diepe plas waarin vroeger werd gevist en zelfs werd gezwommen.

 

Voordat de grondwinning deze plas creëerde was deze plek een landbouw gebied. Net zoals het omliggende landschap omzoomd met hagen en knotessen en wilgen.  Nu is de plas omzoomd met wilgen en andere bosschages. Hierdoor valt het open water niet op en breekt het bos het open landschap.

 

Afbeelding van de waterplas de Zeelt en het omliggende gebied.

De waterplas de Zeelt en het omliggende gebied

De oevers zijn gevaarlijk geworden, omdat ze afkalven. Daardoor is zwemmen en vissen vanaf 2008 verboden. De eigenaar van het terrein, de vastgoedtak van De Beijer, wil een einde maken aan de onveilige situatie. Samen met de gemeente Ubbergen en Waterschap Rivierenland is een plan uitgewerkt waarbij een nieuw, veilig steuntalud wordt aangelegd. Dit talud moet er voor zorgen dat de kanten niet meer afkalven en gevaarlijk zijn. Deze werkzaamheden worden over drie jaar verdeeld. Met deze werkzaamheden zijn ze in 2011 begonnen. Voordat er met deze werkzaamheden werd begonnen is er vele jaren achtereen illegaal grond en puin gestort op de oever van De Zeelt.

 

De Zeelt achter het projectgebied.

De Zeelt achter het kale projectgebied.

Tussen de Zeelt en de Duffeltdijk willen we nieuwe heggen en knotessen plaatsen. Hierdoor wordt de Zeelt gekoppeld met de Millingerwaard dat zich aan de andere kant van de dijk bevindt. Hierdoor wordt de Zeelt een onderdeel van het landschap en kan de natuur zich verder verspreiden.

 

Dassen straks ook in Kekerdom?

Dassen zijn de grootste landroofdieren van Nederland. De das is een schuw dier dat zich maar nauwelijks laat zien. Dassen zijn van oorsprong dagdieren, maar door de eeuwen durende vervolging is het dier ’s nachts gaan leven.  Men dacht dat zo’n groot roofdier als de das, een echte jager was. Dit is echter niet waar, de das is niet zo snel. Dassen zijn alleseters: ze eten wat er voorhanden is. Zijn hoofdvoedsel bestaat uit regenwormen, insecten, slakken, bessen en graan. Ook valfruit zoals appels en tamme kastanjes vinden ze heerlijk.  Als de kans zich voor doet kunnen ze ook muizen, egels, jonge vogels en hun eieren eten. De das is een opportunist en past zich aan, aan het voedselaanbod dat per seizoen en per streek varieert. In het najaar leggen ze een grote vetlaag aan om de winter door te kunnen komen.

De das, Nederlands grootste roofdier.

De das, Nederlands grootste roofdier.

In een ideaal dassenleefgebied kan de das het hele jaar door op korte afstand van zijn burcht zijn kostje bij elkaar scharrelen. Zeker voor een zogend vrouwtje is dit van groot belang, omdat ze regelmatig naar de burcht terug moet keren om de jongen te voeden. Een kaal landschap, waarin de das grote afstanden moet afleggen om voldoende voedsel te vinden, is dus niet ideaal. Wanneer het verzamelen van voedsel meer energie kost dan het oplevert, zal de das het voor gezien houden.

In het agrarische landschap kan een das veel voedsel vinden, mits er voldoende hagen en beschutting aanwezig is. In houtwallen vindt hij veel insecten, bessen en andere vruchten. In weilanden kan hij zich tegoed doen aan regenwormen en de voor het gras schadelijke emelten. Ook vindt hij beschutting in de hagen waarin hij zijn burcht kan bouwen. Daarnaast gebruikt de das de hagen om zichzelf te verplaatsen door het landschap. Naast deze hagen ontstaan de zo geheten wissels: vaste paden waarop dassen zich voortbewegen.

houtwallen en hagen waartussen dassen leven.

houtwallen en hagen waartussen dassen leven.

In de stuwwal en zelfs in de Ooijpolder komen dassen voor. Door de aanleg van meer houtwallen en hagen wordt het landschap verrijkt. Uiteindelijk zullen de gebieden met elkaar verbonden worden door deze linten in het landschap. Dieren zoals de das kunnen zich verspreiden over een groter gebied en zich daardoor ook in Kekerdom vestigen. Vroeger kwamen er al dassen voor op de oeverwallen en op de donken waar ze hun burchten konden bouwen.

Familie dassen bij een burcht.

Familie dassen bij een burcht.

Na het herstellen van het landschap in Kekerdom zal de das niet lang op zich laten wachten. Het gebied zal verrijkt worden met extra voedsel en beschutting, waardoor de das nieuwe kansen krijgt in een gebied waarin ze honderd jaar geleden nog rondscharrelden.

Door: Roel Diepstraten

Meer weten over dassen: http://www.dasenboom.nl

Foto’s dassen: Michiel Schaap. Foto landschap: Roel Diepstraten

Historisch landgebruik

Kekerdom wordt al vele duizenden jaren bewoond. In die tijd is het landschap erg veranderd. Van een woeste wildernis, naar een idyllische omgeving, tot aan het landschap wat er nu van over is. Het landgebruik is door de jaren heen ook veranderd. In dit blog beschrijf ik in het kort de veranderingen die het landschap heeft ondervonden vanaf de tijd dat de romeinen hier aanwezig waren tot aan nu.

Het grote open water van de rivier was een natuurlijke grens. Mens, maar ook dier konden deze barrière maar moeilijk overbruggen. Het water van de Rijn vormde voor de Romeinen de noordgrens van hun immens grote rijk. Nadat het Romeins rijk instortte nam de bevolking rondom de rivieren sterk af. In de daarop volgende eeuwen ontstonden opnieuw nederzettingen op de hogere delen van het landschap.

Naast de rivier liggen oeverwallen. Deze zijn hoger dan het omliggende landschap die we de kommen noemen. Deze komgronden bestaan uit zware klei. De lichte kleideeltjes, die gemakkelijk door de rivier konden worden verplaatst, liggen verder weg van de rivier dan het veel zwaardere zand en grind dat zich in de oeverwal bevind. In deze lage komgronden bevonden zich verschillende donken. Dit waren hogere delen van het landschap die uitstaken boven het moeras. Net als op de oeverwallen en de oude stroomruggen ontstonden er op de randen van de donken de eerste nederzettingen.

Graan zoals rogge werd verbouwd op de kleine akkertjes

Graan zoals rogge werd verbouwd op de kleine akkertjes

Op de hogere vruchtbare delen ontstonden de eerste akkercomplexen. De komgronden waren nog niet ontgonnen en bestonden vooral uit een wildernis van moerasbos dat uit onder andere wilgen en elzen bestond. In de winter liepen deze komgronden nog altijd onder water waardoor de hoger gelegen delen als eilandjes boven het water uitstaken. Pas nadat er kaden en dijkjes werden aangelegd, werden de komgronden ontgonnen en werd de rivier steeds verder ingekaderd. De rivier heeft lang strijd geleverd. Tot na de tweede wereldoorlog liepen de kommen nog regelmatig onder water.

oud wilgen moerasbos in de Millingerwaard

oud wilgen moerasbos in de Millingerwaard

Op deze komgronden kon het vee geweid worden en het gras worden gehooid. Ook was hier ruimte voor het geriefhout zoals wilgen en knotessen.  In de komgronden was de verkaveling verdeeld in smalle rechte percelen, terwijl deze op de oeverwallen vooral blokvormig was. De begrenzing van deze percelen werden omringd door (struweel)hagen met allerlei bruikbare planten.

Tot aan de 20ste eeuw werd er nog akkerbouw bedreven op de hogere delen in het stroomgebied. Daarna werden steeds meer akkers door boomgaarden vervangen. Tussen 1960 en 1970 verdwenen veel boomgaarden die in ruil voor subsidie werden omgezet naar grasland.

Oude boomgaard met verschillende soorten fruit

Oude boomgaard met verschillende soorten fruit

Andere gewassen en andere technieken hebben er voor gezorgd dat de weilanden en akkers tegenwoordig langs elkaar liggen, in de komgronden of op de hogere delen. De duidelijke grenzen van hoog en laag zijn verdwenen door onder andere ruilverkavelingen en ontwatering.

Door: Roel Diepstraten

Gebruikte bronnen: Natuur in Nederland; Frank Berendse, ISBN 9789050113762

De kenmerkende knotessen van Kekerdom

Op een hoger gelegen gedeelte in het land, tussen de rivieren en haar zijarmen, ploetert een boer om zijn land te bewerken. Schep na schep wordt de aarde omgespit om het veld zaai klaar te maken, waarna er een mooi graanveld kan ontstaan. Kromgebogen over zijn schop kijkt de boer op. Hij hoort de klokken luiden van het kleine kerkje dat uitsteekt boven de hagen. Aan de andere kant van het veld staan knotbomen. Deels zijn de knotbomen ontdaan van hun twijgen. De boer weet dat hij de bomen die nog wel hun takken dragen dit jaar nog moet knotten. De grote twijgen worden bijna te groot om nog te gebruiken! De boer wil weer verder gaan met het werk op het veld. Maar zodra hij een aanzet doet, en de schop in de grond steekt, breekt de steel! Het langdurige werken in de zware klei werd te veel voor het gereedschap. Gelukkig heeft hij het hout dat hij van de knotbomen heeft gehaald nog bewaard. Dit hout gebruikt hij om stelen van te maken. De steel van zijn schop wordt vervangen met het hout langs zijn graanveld.

Een zomerse knotes

Een zomerse knotes in Ede

Het hout wat wordt gebruikt is van de es, sterk maar ook veerkrachtig. Dit is ideaal om te gebruiken voor stelen en andere werktuigen. Daarnaast groeit deze boomsoort erg goed in de rivierklei. Een houtsoort dat van nature in hardhout-ooibossen voorkomt. In dit landschap waar de boer werkt en leeft, hebben zijn voorvaderen deze bomen aangeplant. Generaties hebben zij de twijgen en takken van de knotten gehaald om hier stelen van te maken. In die tijd is de kno

t van de boom ontstaan. De knotten zitten hoog op de stam. Dit zorgt er voor dat dieren zoals het vee niet bij de zachte twijgen en de lekkere bladeren kunnen komen.  Knotessen horen in dit landschap thuis. Vrijwel elke loofhoutsoort in Nederland kan gebruikt worden om te knotten. Rondom Kekerdom en langs andere delen van de Rijn werden vooral essen en wilgen geknot. De es is relatief hardhout dat ook nog eens goed op deze grond kan groeien, wat wil je nog meer! Ideaal voor het gebruik van allerlei doeleinden.

Een rij knotessen met lange scheuten

Een rij knotessen met lange scheuten in Bronckhorst

Een steel van een schop en manden bijvoorbeeld kunnen gemaakt worden van het zachte maar tevens ook stevige hout van de es. Dat is de reden dat er zo veel in het landschap stonden. Helaas zijn er veel verdwenen. 143 knotessen willen we aanplanten in het plan om Kekerdom zijn oude aanzien terug te gegeven.  Knotessen zijn niet alleen goed voor het landschap. Ook zal het dieren aantrekken die er van leven. Steenuiltjes vinden er nestgelegenheid, net zoals wilde eenden doen. Of planten en zelfs speciale korstmossen die alleen op de es voorkomen kunnen er overleven.  En dat is nog maar het begin. Het landschap wordt verrijkt voor mens, natuur en cultuur.

Gesnoeide knotessen

Gesnoeide knotessen in Bronckhorst

Door: Roel Diepstraten