Monthly Archives: January 2014

Land met identiteit

Herkomst van veldnamen in de Ooijpolder

Veldnamen zijn namen die vroeger aan percelen of gebieden werden gegeven vanwege de ligging, de bodem, het landgebruik of de ontginningsgeschiedenis. In de Ooijpolder zijn veel van deze namen weer tot leven gebracht door vereniging ‘De Ploegdriever’.  Ze zijn te zien op bordjes in het veld en ook op de kaart hieronder.

De Ooijpolder ligt in het dynamische rivierengebied van de Gelderse Poort. Dit gebied is grotendeels vormgegeven door de invloed van de rivieren. Dijkdoorbraken, overstromingen en erosie of afzet van zand, grind of klei: het heeft allemaal invloed gehad op het huidige landschap zoals u het nu kunt aantreffen. Veel van deze invloeden en de kenmerkende eigenschappen van de gronden zijn nog terug te vinden in oude veldnamen.

Ziekenhuizen en instellingen waren vroeger grote eigenaren van de gronden in de Ooijpolder. Zij verpachtten de gronden vervolgens weer aan de boeren. Ieder jaar konden boeren inschrijven op

percelen die zij wilden pachten. In die tijd waren de veldnamen erg belangrijk en kende iedere boer de namen van de percelen die hij wilde hebben.

Kaar van de Ooijpolder met de verschillende veldnamen

Kaar van de Ooijpolder met de verschillende veldnamen

Enkele typerende voorbeelden van  veldnamen met een korte verklaring
Sommige veldnamen klinken raar in de oren. Bijvoorbeeld de naam ‘elf hond van het gasthuis‘, lijkt moeilijk te verklaren, maar hond is een oude oppervlaktemaat (circa 1.400 m²). Het gaat om een perceel dat eigendom was van het gasthuis, een instelling in Nijmegen waar zieken en gewonden werden verzorgd.

Bordje: elfde hond van het gasthuis

Bordje: Elf Hond van het Gasthuis

‘Onschamele kamp’ betekent zoiets als onbetamelijk land. Het perceel heeft vroeger ook Kontencamp geheten. De relatie met het landschap zou kunnen zijn dat de zware kleigrond moeilijk te bewerken was. Een veldnaam als Kolk verwijst naar oude dijkdoorbraken. Doordat de dijken toen destijds nog niet overal even hoog en sterk waren kwam het regelmatig voor dat er dijken doorbraken. Hierbij ontstonden  een  diepe waterplassen. Een ande

re naam die met dijkdoorbraken te maken heeft is ‘Kostverloren’. Op deze plek lag vroeger een moeras en twee kolken. De eigenaar kon deze grond niet meer gebruiken. De grond waarop hij de kost moest verdienen was hij verloren door het woeste water dat door de dijk heen brak.Naambordje in het veld.

‘Fluwelen kamp’ is juist een positieve benaming voor een zeer geschikte landbouwgrond. Tot in de 19e eeuw werd bij hoog water in de winter via sluizen voedselrijk rivierwater binnen de dijken gelaten. In het voorjaar wanneer het water zakte bleef vruchtbaar slib achter op het land. De voedselrijke weilanden van de Ooijpolder waren zo bekend dat in het voorjaar vanuit Denemarken grote kuddes koeien werden aangevoerd om hier zich te goed te doen aan de voedselrijke weiden (Van Eck, 2005).
Op het perceel ‘Oud Kasteel’ heeft werkelijk een kasteel gestaan en dit is ook nog te zien aan de bult in het landschap. Het Huis te Persingen werd op deze plek zwaar beschadigd in de 80-jarige oorlog.
Sommige  andere namen verwijzen naar de families waarvan de percelen eigendom waren, zoals het Leeuwsveldje, Jonkmanshof, Scherpenhuizen en Heukelomskamp. 

Voor  geïnteresseerden die graag meer namen van het landschap willen leren kennen is een bezoek aan het gebied zeker de moeite waard.

Bronnen:Veldnamen kaart ´Circul de van Ooij´ gemaakt door de landschapsbeheer vereniging De Ploegdriever. Deze kaart is gebaseerd op de oude ´Kaart van de polder Ooij´uit 1889.        Eck, Jan van (2005), Historisch atlas van Ooijpolder & Duffelt. Een rivierengebied in woord en beeld. SUN, Amsterdam

Door Niek Meister, Student van Hall Larenstein

Vogels op voedseltocht

Terwijl andere lijsterachtigen wegtrekken, komen de stevige kramsvogel met grijze kop en de kleinere koperwiek met zijn roestrode oksels in de winter tevoorschijn. De koperwiek is een echte trekvogel, die zich in de zomer terug trekt in de naaldbossen van Scandinavië. De

kramsvogel daarentegen is een soort die zich ook in de zomer laat zien in ons kleine kikkerlandje,  alleen in veel lagere aantallen. Koperwieken kunnen grote afstanden afleggen naar hun overwinteringsgebieden. Dit doen zij vooral ’s nachts. Door Kramsvogelhun opvallende geluid hoor je ze overtrekken. Mediterrane gebieden zoals Griekenland, Italië en Frankrijk worden aangedaan. De kramsvogels houden het liever dichter bij huis. Vanuit het zuiden van Scandinavië vliegen ze naar Nederland of naar Midden-Frankrijk.

Kramsvogel

Kramsvogel

In Nederland komen ze elkaar tegen. Daar gaan de soorten goed samen. In cultuurlandschappen met vruchtdragende struwelen snoepen ze van de bessen of zijn ze in het grasland opzoek naar zaden en wormen. De twee soorten trekken samen op en vormen soms grote groepen. Door samen te scholen zien ze dreigend gevaar sneller aankomen.

Koperwiek

Koperwiek

In het boerenland vallen hun contactroepen onmiddellijk op. De rumoerige drukte die ontstaat als je een groep nadert laten je meteen weten met welke soorten je te maken hebt. Zodra ze dan opvliegen kun je de kramsvogels makkelijk van de koperwieken onderscheiden. De koperwiek heeft onder zijn vleugel een roestbruine vlek zitten die door het wieken van de vleugel zichtbaar wordt voor de aanschouwer. De kramsvogel daarin tegen heeft een blauwgrijze ondervleugel, waardoor de twee kleuren in contrast met elkaar staan. Na het opvliegen zoeken ze de hoogte op van een boom of struik, om van daaruit te kunnen zien wat er gaande is. Zodra de rust is teruggekeerd, of een roofdier is verdwenen, keren ze terug naar hun foerageergebied.

Foto’s/ tekst: Roel Diepstraten