Monthly Archives: October 2013

De kenmerkende knotessen van Kekerdom

Op een hoger gelegen gedeelte in het land, tussen de rivieren en haar zijarmen, ploetert een boer om zijn land te bewerken. Schep na schep wordt de aarde omgespit om het veld zaai klaar te maken, waarna er een mooi graanveld kan ontstaan. Kromgebogen over zijn schop kijkt de boer op. Hij hoort de klokken luiden van het kleine kerkje dat uitsteekt boven de hagen. Aan de andere kant van het veld staan knotbomen. Deels zijn de knotbomen ontdaan van hun twijgen. De boer weet dat hij de bomen die nog wel hun takken dragen dit jaar nog moet knotten. De grote twijgen worden bijna te groot om nog te gebruiken! De boer wil weer verder gaan met het werk op het veld. Maar zodra hij een aanzet doet, en de schop in de grond steekt, breekt de steel! Het langdurige werken in de zware klei werd te veel voor het gereedschap. Gelukkig heeft hij het hout dat hij van de knotbomen heeft gehaald nog bewaard. Dit hout gebruikt hij om stelen van te maken. De steel van zijn schop wordt vervangen met het hout langs zijn graanveld.

Een zomerse knotes

Een zomerse knotes in Ede

Het hout wat wordt gebruikt is van de es, sterk maar ook veerkrachtig. Dit is ideaal om te gebruiken voor stelen en andere werktuigen. Daarnaast groeit deze boomsoort erg goed in de rivierklei. Een houtsoort dat van nature in hardhout-ooibossen voorkomt. In dit landschap waar de boer werkt en leeft, hebben zijn voorvaderen deze bomen aangeplant. Generaties hebben zij de twijgen en takken van de knotten gehaald om hier stelen van te maken. In die tijd is de kno

t van de boom ontstaan. De knotten zitten hoog op de stam. Dit zorgt er voor dat dieren zoals het vee niet bij de zachte twijgen en de lekkere bladeren kunnen komen.  Knotessen horen in dit landschap thuis. Vrijwel elke loofhoutsoort in Nederland kan gebruikt worden om te knotten. Rondom Kekerdom en langs andere delen van de Rijn werden vooral essen en wilgen geknot. De es is relatief hardhout dat ook nog eens goed op deze grond kan groeien, wat wil je nog meer! Ideaal voor het gebruik van allerlei doeleinden.

Een rij knotessen met lange scheuten

Een rij knotessen met lange scheuten in Bronckhorst

Een steel van een schop en manden bijvoorbeeld kunnen gemaakt worden van het zachte maar tevens ook stevige hout van de es. Dat is de reden dat er zo veel in het landschap stonden. Helaas zijn er veel verdwenen. 143 knotessen willen we aanplanten in het plan om Kekerdom zijn oude aanzien terug te gegeven.  Knotessen zijn niet alleen goed voor het landschap. Ook zal het dieren aantrekken die er van leven. Steenuiltjes vinden er nestgelegenheid, net zoals wilde eenden doen. Of planten en zelfs speciale korstmossen die alleen op de es voorkomen kunnen er overleven.  En dat is nog maar het begin. Het landschap wordt verrijkt voor mens, natuur en cultuur.

Gesnoeide knotessen

Gesnoeide knotessen in Bronckhorst

Door: Roel Diepstraten

Opzoek naar Kekerdom zoals het vroeger was

De laatste 50 jaar is de uitstraling van het gebied rondom Kekerdom ontzettend veranderd. Door verschillende ruilverkavelingen ten behoeve van de landbouw is het een gebied met kale weilanden geworden. Voorheen waren de kleine weilanden met elkaar verbonden door struweelhagen, gevuld met allerlei verschillende soorten struiken. Deze werden op hun beurt weer afgewisseld met knotbomen.

De hagen en knotten waren voor de boer net zo belangrijk als de weilanden waar ze omheen lagen. Ze leverden brandhout, stelen voor werktuigen en dienden als afrastering om de dieren binnen en soms zelfs buiten te houden. Maar tijden veranderen, materiaalkeuze veranderde en tenslotte veranderde het landschap. Het hout van de knotten was niet meer nodig, net als de hagen. Zij werden vervangen door prikkeldraad. Intensieve landbouw leverde meer op dan de knotwilgen, de houtwallen en de kleinschalige weilanden, hoe mooi ze ook zijn.

Benieuwd naar het oude landschap van toen, ga ik op zoek. Op zoek naar de restjes, de kleine elementen en gebieden die ons herinneren aan dit leven van vroeger. De komende tijd zal er elke week een blog verschijnen waarin we dit oude landschap beter leren kennen. De dieren die er in leefden, de mensen van toen en hoe het nu is.

Kaart Millingen & Kekerdom uit 1803

Kaart Millingen & Kekerdom uit 1803

We beginnen onze zoektocht in het archief. Oude kaarten van honderden jaren geleden laten ons zien hoe het er toen uit zag. Door de kaarten te vergelijken met de kaart van nu zie je de veranderingen.

Wat me meteen opvalt op de kaart is de rivier. Hoewel de rivier meanderend zijn weg naar de zee vindt, is hij de afgelopen honderd jaar weinig veranderd. De ruwe kantjes zijn er vanaf gehaald. De bochten zijn minder scherp en lopen tegenwoordig soepeler. Als we dieper inzoomen en naar het wegenpatroon kijken, blijkt dat de hoofdwegen en dijken nagenoeg niet zijn veranderd!  Een patroon dat al honderden jaren het zelfde is. Ook de namen doen ons denken aan nu. Kekerdom, Millingen en Leuth: namen die niets veranderd zijn.

Echter zijn er ook veel dingen die wel veranderd zijn. Het kasteel bij Kekerdom is verdwenen, en veel kleinschalige erfbegrenzingen zijn van de kaart geveegd.  Het hoofdpatroon van de percelen is wel terug te vinden op de kaart! De groter geworden percelen liggen nog altijd in dezelfde richting ten opzichte van de oude waterafvoeren, zoals dat te zien is bij de Smalle Wielsche Wetering.

Kaart Kekerdom 2010

Kaart Kekerdom 1803 Kaart Kekerdom 1803 ten opzichte van 2010

Er zijn nog veel meer verschillen te vinden: groter geworden dorpen, nieuwe kleiputten en grotere bedrijven. Om een beter beeld te krijgen van hoe het er toen uit zag moeten we niet alleen de kaart bekijken, maar moeten we het gebied in. Volgende week kijken we verder!

Door: Roel Diepstraten

Bron van de kaart: Beeldbank Vrije Universiteit Amsterdam. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/4984/rec/1

Natte zo(e)len voor vrijwilligers

Vorige week vrijdag was het zo ver! Het vrijwilligersuitje van VNC. Vrijwilligers zijn voor ons erg belangrijk, zij doen allerlei werkzaamheden die ons aan het hart gaan. Gasten ontvangen in het informatiecentrum en heggetjes snoeien in de landschapstuin bijvoorbeeld. Werk dat voldoening geeft, niet alleen voor de vrijwilligers maar ook voor VNC. Vandaar dat we afgelopen vrijdag een vrijwilligersuitje hebben georganiseerd!

Regen bestendige groep in het bos. Foto: Truus Radstake

Regen bestendige groep in het bos. Foto: Truus Radstake

Het programma startte bij Huize Wylerberg, het kantoor van VNC in Beek-Ubbergen. Vandaaruit ging de gehele groep, bestaande uit 25 personen, op weg naar Loenen op de Veluwe. Een heel ander gebied dan dat de meeste van ons gewend zijn! En daarom juist, even een andere plek met een andere beleving, je leert elkaar veel beter kennen.

Een belangrijk item tijdens de tocht over de Veluwe is het groot wild, zeker in deze tijd van het jaar! Edelhertenbronst. Het luide gebrul van de edelherten weerklinkt over de gehele Veluwe. Dat moet je, zeker als vrijwilliger van een natuurorganisatie, hebben beleefd!

Gids Aart Buurma van Staatsbosbeheer begeleidde de groep door het bos. Hoewel de regen met bakken uit de lucht kwam, werden mooie waarnemingen gedaan. De bekende rood met witte stippen paddenstoel, de vliegenzwam werd veelvuldig gezien tussen het bos van licht verkleurde zomereiken en hoge douglas-sparren.

Vliegenzwam in de regen: Foto; Truus Radstake

Vliegenzwam in de regen: Foto; Truus Radstake

Ook sporen van wild werden gezien, zoals “zoelen”, ondiepe poelen waarin zwaarwichtig wilde zwijnen van wel 140 kilo zwaar een modderbad nemen. Zwijnen waren echter niet aanwezig. Niet bij de zoelen die vol liepen met regenwater, en ook niet tijdens de rest van de wandeling. Het is een  rijk mast jaar waardoor zwijnen gemakkelijk eten kunnen vinden in de vorm van eikels, kastanjes en beukennootjes. Dit zorgde er voor dat de hotspots om zwijnen te zien leeg waren. Ook de edelherten lieten niets van zich horen. Het natte weer en het aflopende bronstseizoen zorgde er voor dat de edelherten niet uit de beschutting kwamen.

Aart Buurma geeft uitleg over een "zoel". Foto; Truus Radstake

Aart Buurma geeft uitleg over een “zoel”. Foto; Truus Radstake

Maar niet getreurd, het weerzien van alle vrijwilligers met een hapje en een drankje maakte veel goed! We kunnen terugkijken op een natte maar erg leuke dag!

Door: Roel Diepstraten

Bont buffet in het landschap

In de herfst kunnen dieren bij VNC de vruchtenplukken. Letterlijk, want onze houtwallen zitten vol met vruchtdragende struiken. Meidoorns, Gelderse roos, Hazelaars en Kardinaalsmuts. Soorten die voor veel dieren een belangrijke voedselbron zijn. Zeker in de herfst wanneer er voedselvoorraden worden aangelegd en de dieren zich vol eten om de winter te overleven.

Afbeelding

Braamsluiper

Ook trekvogels komen graag langs om van de vruchten te eten. Honderden spreeuwen en lijsters doen zich te goed aan de grote hoeveelheid vruchten voordat ze aan hun lange reis naar het zuiden beginnen. De lange reis naar Afrika en Zuid-Europa kost veel energie. Echte insecteneters, zoals de braamsluiper schakelen in het najaar over op vruchten. Door extra te eten kunnen ze voldoende energie opslaan om de enorme afstand te overbruggen.

Meidoorns en sleedoorns zijn voorbeelden van soorten die deze energiebronnen aanleveren. Deze doornachtige struiken zijn een van de eerste bloesem dragende planten in de lente. In de zomer groeien de vruchtbeginsels vanuit de bloem uit tot mooie kleine vruchten. De vruchten  van de meidoorns zijn klein en rood. Sleedoorns leveren dof blauwe wat wrang smakende bessen af.  Zij zijn in de herfst rijp  waarna ze gegeten kunnen worden.

Niet alleen vogels eten van de vruchten. Insecten, muizen, dassen en egels profiteren ook van deze rijkdom.

Afbeelding

Meidoornstruik met bessen

Door: Roel Diepstraten

Herstel landschappelijk erfgoed

In de gemeenten Lochem – Bronckhorst hebben we de afgelopen drie jaar tientallen vervallen landschapselementen weer opgeknapt en gerestaureerd. Mooi en dankbaar werk. Wij hanteren daarbij een ‘A-team-achtige’ benadering: handen uit de mouwen, resultaatgericht zonder rompslomp en stoffige bureaucratie, minimale overhead, geen woorden maar daden, gewoon doen wat nodig is, opstappen en dan weer ergens anders aan de slag.Afbeelding

Omdat in vroeger tijden het gebied ‘Berlewalde’ werd genoemd is deze naam de metafoor voor wat de gemeenten nastreven; een herstel van ‘Berlewalde’. Hiermee bedoelen we uiteraard niet het herstellen van de toestand van eeuwen geleden. Het betekent concreet het herstel en beheer van bestaande elementen en een herintroductie van typerende beplantingselementen, benadrukken van contrasten tussen openheid en geslotenheid van landschap, vernatting van het landschap en daarmee een vergroting en versterking van het kerngebied en benadrukking van het unieke karakter van het gebied.

 Afbeelding

Afgelopen zondag mochten we de Frans Mortelmans Stichting in het gebied rondleiden. Zonder hun financiële steun was dit mooie project nooit van de grond gekomen. Want hun bijdrage zorgde er voor dat ook gemeentelijk geld en provinciaal geld beschikbaar kwam. Uiteindelijk hadden we een prachtig budget van ongeveer 4,5 ton beschikbaar…

Essentieel binnen dit project is ook dat de gemeenten Lochem en Bronckhorst de visie en aanpak van Vereniging Nederlands Cultuurlandschap bestuurlijk dragen.

Ondanks dat wij al heel veel gedaan hebben in het gebied, blijft de landschappelijke opgave, potentie en vraag in het gebied op dit moment echter dusdanig hoog dat wij meer eigenaren actief willen benaderen en kunnen bedienen om te participeren in een restauratieproject. Wij blijven dus op zoek naar nieuwe geldbronnen!

Valentijn te Plate